Decubitus behandeling-Categorie II

Categorie II

Huidletsel dat zich beperkt tot de opperhuid en aanwezigheid van en/of blaarvorming, en/of ontvelling.


Probleem 1

Blaarvorming - intacte blaar

Doel
Voorkomen van verdere uitbreiding. 
Huiddefect genezen. 
Secundaire infectie voorkomen. 
Kleine blaren intact laten.

Handelingen
Afhankelijk van de locatie van de blaar, de blaar vrij leggen en droog houden. 

De intacte blaar beschermen met een luchtdoorlatend (permeabel) doorzichtig folie of bedekken met een absorberend verband.
 
Grote blaren, strakgespannen en pijnlijke blaren aseptisch leegzuigen, daarna deppen met betadine oplossing of een oplossing van eosine 2% in water. 

Rapporteer veranderingen en/of bevindingen in het verpleegplan.


Probleem 2

Blaarvorming - niet intacte blaar/ontvelling

Doel
Huiddefect genezen. 
Verdere uitbreiding voorkomen. 
Infectie voorkomen. 

Handelingen
De intacte huid rondom de wond beschermen met een barrièrespray, om verweking tegen te gaan.
 
Eventueel de wond indrogen (eosine oplossing 2% in water of betadine oplossing).
 
Afhankelijk van de vochtproduktie kunnen de volgende wondprodukten overwogen worden: hydrocolloïd, hydrofiber, (in)different zalfgaas in combinatie met een absorberend verband of een schuim(foam)verband.
 
Rapporteer veranderingen en/of bevindingen in het verpleegplan. 

-De aanbevolen frequentie van wisselligging is een keer in de 3 uur in combinatie met een goed drukreducerend matras. 
-Adequate inzet van drukreducerende hulpmiddelen zoals een luchtmatras, schuim kussen, rolmat e.d. 
-Rapporteer veranderingen en/of bevindingen in het verpleegplan.